Parochie Kerk MartinusWillibrordus

Geschiedenis

De doopvont stamt uit 1846 en werd toentertijd voor 160,- gulden vervaardigd door Gerardus Timans.

 

De kerk is een fraai pijporgel rijk geweest,dat echter tijdens de novemberstorm van 1972 totaal vernield werd,doordat de torenspits omwaaide en met donderend geweld op de kerk stortte.

 

De klokken: Tijdens de tweede wereldoorlog werd op 5 mrt. 1943 op last van de Duitse bezetter de luidklok uit de toren gehaald om te worden omgesmolten tot oorlogstuig. Na de bevrijding werd er geld ingezameld. Er werden vier nieuwe klokken aangeschaft, die voor de nachtmis en de vooravond van Kerstmis 1948 voor het eerst luidden.

 

Afmetingen: De totale hoogte van de toren is 56 mtr. Het schip van de kerk is 17 mtr. hoog, 36 mtr. lang en 16 mtr. breed. Het gewelf wordt gedragen door 10 pilaren met kapitelen, waarop de bogen zijn gemetseld, met een tussenruimte van 9 mtr.

 

Muurschildering: Boven de sacristiedeur rechts werd een muurschildering aangebracht met de voorstelling: de Egyptische onderkoning Jozef en zijn bezoekende broers. Bij de uitgang van de kerk een muurschildering van St. Christoffel

 

Ramen: Er zijn prachtige gebrandschilderde ramen in de kerk. Negen hiervan zijn afkomstig uit de voormalige St. Martinuskerk te Martenshoek Verschillende van deze ramen werden aangeboden door parochianen ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis ( priesterfeest,huwelijk)

Het Landschap en de ontwikkeling

 

In feite is Sappemeer gelegen in de noordelijke grens streek van de Groninger Veenkolonien. Een van nature ruig hoogveengebied, alwaar de cistercienzer monniken en nonnen van resp. Aduard en Essen vanaf de 13 de eeuw als eersten de turf hebben gewonnen. In het gebied vormde het huidige Sappemeer een heidemeer dat pas in 1628 werd drooggelegd

In de vroege 17de eeuw neemt de stad groningen het bezit  van de hoogvenen over van de dan opgeheven kloosters. De stad geeft de venen vervolgens uit aan particulieren ter ontginning.

Het voor Sappemeer karakteristieke Winschoterdiep werd in 1628 gegraven. Aan weerszijden ontstond in de 18e eeuw lintbebouwing.

 

Katholicisme in de Veenkolonien

Na de reductie van Groningen werd door de overheden alleen de protestantse godsdienst erkend. Hierdoor werd het katholicisme verboden. Het Nederland van die periode werd een missie gebied, vanuit Rome georganiseerd. Doordat de economische opbloei van de nieuwe veenkolonien echter vele nieuwe mensen aantrok van andere, en dus ook katholieke streken, zijn er toch steeds katholieke schuildiensten gehouden. De machthebbers tolereerden deze diensten in verband met de maatschappelijke rust in het gebied.

In 1705 werd b.v. in Kleinemeer een schuilkerk ingericht met een permanent verblijf voor een priester. En reeds in 1710 werd hiervoor een gebouw gekocht. Vervolgens erkenden de Provinciale Staten van Groningen  in 1731 de katholieke geestelijken met hun staties, de voorlopers van de latere parochies. In 1764 werd de schuilkerk in Kleinemeer vervangen door een nieuwe. 200 jaar na de reductie, in 1796, besliste de nationale Vergadering van de Bataafse Republiek dat er geen bevoorrechte kerken in Nederland zouden bestaan. Dit leidde uiteindelijk tot herstel van de bisschoppelijke hierarchie 1853. De parochie van St. Willibrordus ressorteerde onder het Aartsbisdom Utrecht en sinds 1956 onder het bisdom Groningen.

 

D

Pagina 3
Startpagina